Mijn kind is bang om fouten te maken: 7 manieren om te helpen
Je kind zit heerlijk te tekenen aan de keukentafel. Tenminste, dat dacht je. Want ineens wordt het papier boos verfrommeld en door de kamer gegooid. 'Het is mislukt!' roept je kind, terwijl jij eigenlijk een hartstikke mooie tekening zag.
Of je bent samen een spelletje aan het doen. Het gaat prima, totdat je kind dreigt te verliezen. De tranen komen, de spelregels zijn ineens stom en het hele spel kan wat je kind betreft direct de kast weer in.
Herkenbaar? Sommige kinderen kunnen ontzettend boos of verdrietig worden wanneer iets niet gaat zoals ze hadden bedacht. Ze willen het graag goed doen, het liefst meteen. En als dat niet lukt, voelt het alsof alles mislukt is.
Als ouder kan dat behoorlijk vermoeiend zijn. Je wilt begrip tonen, maar ondertussen denk je ook weleens: het is maar een tekening. Of een spelletje. Waarom moet dit nou zo'n drama worden?
Toch zit er achter die heftige reactie vaak meer dan alleen frustratie. Sommige kinderen leggen de lat voor zichzelf ontzettend hoog en vinden het moeilijk om te accepteren dat iets niet perfect gaat. Hoe help je een kind dat bang is om fouten te maken, zonder dat je voortdurend alles hoeft recht te praten of op te lossen?
Waarom wil mijn kind alles perfect doen?
Niet ieder kind dat graag iets goed doet, is perfectionistisch. Het is heel normaal dat kinderen trots willen zijn op wat ze maken of bereiken. Maar bij sommige kinderen wordt die wens om het goed te doen zo sterk dat er nauwelijks ruimte overblijft om te oefenen, te experimenteren of fouten te maken.
Een kind kan bijvoorbeeld eindeloos blijven gummen omdat de letters niet netjes genoeg zijn. Het wil niet meedoen met een spelletje waarvan het de regels nog niet kent. Of het begint liever niet aan een moeilijke puzzel, omdat het bang is dat die toch niet lukt.
Soms heeft dat te maken met het karakter van je kind. Sommige kinderen zijn van nature gevoelig voor verwachtingen of houden erg van controle en voorspelbaarheid. Ook vergelijken met andere kinderen, eerdere ervaringen of de angst om kritiek te krijgen kunnen meespelen.
En soms is het gewoon een combinatie van moe zijn, frustratie en iets ontzettend graag willen. Een kleuter die na een lange schooldag boos wordt omdat zijn blokkentoren omvalt, heeft niet automatisch een probleem met perfectionisme.
Het gaat vooral om hoe vaak je kind vastloopt en hoeveel last het ervan heeft.
Wat is het verschil tussen perfectionisme en faalangst?
Perfectionisme en faalangst kunnen op elkaar lijken, maar zijn niet precies hetzelfde. Een perfectionistisch kind stelt vaak hoge eisen aan zichzelf. Het wil dat iets precies wordt zoals het in zijn hoofd zit. Faalangst draait vooral om de angst dat iets niet gaat lukken of dat anderen negatief reageren wanneer er een fout wordt gemaakt.
Die twee kunnen natuurlijk samengaan. Een kind dat vindt dat alles perfect moet zijn, kan daardoor ook ontzettend bang worden om te falen.
Maar een kind kan ook perfectionistisch zijn zonder veel angst te ervaren. Bijvoorbeeld omdat het geniet van nauwkeurig werken en hoge eisen stelt aan zijn eigen creaties. Dat hoeft helemaal niet verkeerd te zijn.
Het wordt vooral lastig wanneer die hoge verwachtingen ervoor zorgen dat je kind niet meer kan genieten, voortdurend boos wordt op zichzelf of steeds minder dingen durft te proberen.

1. Reageer eerst op de frustratie, niet op de fout
Stel, je kind bouwt al twintig minuten aan een enorme LEGO-toren. Net wanneer de laatste steen erop moet, valt het bouwwerk om. Je kind barst in tranen uit en roept dat alles stom is.
Je eerste reactie is misschien: 'Ach joh, dan bouwen we hem toch gewoon opnieuw?' Of: 'Zo erg is het toch niet?'
Maar voor je kind voelt het op dat moment wél erg. Het heeft ergens veel moeite voor gedaan en ineens is het resultaat weg. Probeer daarom eerst even stil te staan bij de teleurstelling. 'Je baalt ervan dat hij omgevallen is, hè? Je was er al zo lang mee bezig.'
Dat betekent niet dat je ieder boos gedrag hoeft goed te keuren. Je mag prima zeggen dat boos zijn oké is, maar dat er niet met spullen gegooid wordt.
Wanneer je kind weer wat rustiger is, kun je samen kijken wat het nodig heeft. Misschien wil het opnieuw beginnen, misschien wil het hulp en misschien is het voor vandaag wel even klaar. Niet iedere teleurstelling hoeft meteen opgelost te worden.
2. Laat zien dat goed genoeg ook echt goed genoeg is
We leven in een wereld waarin ontzettend veel aandacht gaat naar mooie resultaten. De perfecte traktatie, een prachtige knutselwerkje van Pinterest of een kamer die er op een foto altijd opgeruimd uitziet. En ondertussen proberen we als ouders ook nog eens honderd dingen tegelijk goed te doen. Kinderen krijgen daar meer van mee dan we denken.
Misschien wil jij dat de verjaardagstaart er prachtig uitziet, terwijl je kind vooral zin heeft om de hagelslag erop te gooien. Of misschien verbeter je ongemerkt de manier waarop je kind de tafel dekt, omdat de glazen net iets te dicht bij de rand staan.
Natuurlijk zijn er situaties waarin iets netjes of veilig moet gebeuren. Maar bij heel veel andere dingen maakt het eigenlijk niet zoveel uit.
Laat je kind daarom af en toe ervaren dat iets niet perfect hoeft te zijn om er plezier aan te beleven. Een scheve cake smaakt vaak net zo lekker en een zelfgemaakte verjaardagskaart hoeft er echt niet uit te zien alsof die uit een winkel komt.
En soms begint dat bij onszelf. Door niet alles achteraf nog even mooier, netter of beter te maken.
3. Pas op met steeds zeggen dat iets prachtig is
Je kind laat een tekening zien en vraagt: 'Is hij mooi?' Je zegt natuurlijk dat hij prachtig is. Maar vijf minuten later komt je kind terug met een nieuwe tekening en dezelfde vraag. En daarna nog een keer.
Kinderen die bang zijn om fouten te maken, kunnen veel bevestiging zoeken bij anderen. Ze willen graag weten of iets goed genoeg is. Het is heel begrijpelijk dat je je kind gerust wilt stellen. Toch kun je ook proberen om de aandacht wat minder op jouw oordeel te leggen.
Vraag bijvoorbeeld: 'Wat vind jij er zelf van?' Of: 'Welk stukje vond je het leukste om te maken?'
Misschien vertelt je kind dat het trots is op de kleuren, maar baalt van de ogen die niet helemaal goed gelukt zijn. Dan kun je daar gewoon over praten, zonder meteen te zeggen dat de ogen echt prachtig zijn.
Je helpt je kind zo om een eigen mening te ontwikkelen en niet voor ieder resultaat afhankelijk te zijn van jouw goedkeuring. En natuurlijk mag je nog steeds zeggen dat je iets mooi vindt. Het gaat er vooral om dat je kind niet voortdurend bevestiging nodig heeft om tevreden te kunnen zijn.
4. Geef je kind ruimte om ergens slecht in te zijn
Hoe vaak doen we eigenlijk dingen waar we helemaal niet goed in zijn? Gewoon omdat we ze leuk vinden?
Kinderen krijgen al vroeg te maken met vergelijken en presteren. Wie kan het snelst fietsen, wie leest de moeilijkste boeken en wie scoort de meeste doelpunten?
Maar niet alles hoeft ergens toe te leiden. Je mag ook dansen zonder ritmegevoel, tekenen zonder talent en voetballen zonder ooit een doelpunt te maken.
Probeer je kind daarom bewust ruimte te geven voor activiteiten waarbij het resultaat helemaal niet belangrijk is. Samen gekke dansjes doen in de woonkamer, een compleet mislukt koekjesrecept uitproberen of een spelletje bedenken waarvan niemand de regels goed begrijpt.
Juist zulke momenten kunnen helpen om de druk er een beetje af te halen. Je hoeft niet overal goed in te zijn om ergens plezier aan te beleven.
5. Leer je kind dat opnieuw beginnen niet altijd meteen hoeft
Wanneer iets niet lukt, willen we kinderen vaak leren om door te zetten. 'Kom op, nog één keertje proberen!' Of: 'Je moet niet zo snel opgeven.' En doorzetten is natuurlijk een waardevolle vaardigheid. Maar soms heeft een kind vooral even rust nodig.
Een kind dat al een halfuur gefrustreerd met huiswerk bezig is, leert waarschijnlijk weinig van nóg tien minuten doorduwen terwijl de tranen over zijn wangen rollen. Probeer daarom eens te vragen: 'Wil je nu verder oefenen of zullen we straks opnieuw kijken?'
Even afstand nemen betekent niet automatisch dat je opgeeft. Soms helpt een pauze juist om daarna met een frissere blik verder te gaan. Je kunt ook samen ontdekken wat helpt wanneer frustratie oploopt. Even bewegen, iets drinken, naar buiten gaan of vijf minuten iets anders doen.
Zo leert je kind niet alleen omgaan met fouten, maar ook herkennen wanneer het even te veel wordt.

6. Help je kind om minder streng tegen zichzelf te praten
Sommige kinderen kunnen behoorlijk harde dingen tegen zichzelf zeggen. 'Ik ben echt dom', 'Ik verpest ook altijd alles' of 'Ik kan helemaal niks.' Als ouder kan dat behoorlijk binnenkomen. Je ziet je kind worstelen met iets kleins, terwijl het zichzelf ondertussen volledig afbrandt.
Het liefst zou je meteen zeggen dat dat absoluut niet waar is. Maar probeer eerst te begrijpen waar de gedachte vandaan komt.
Misschien kun je vragen: 'Wat maakt dat je denkt dat je alles verpest hebt?' Of: 'Is de hele tekening mislukt, of alleen het stukje waar je niet tevreden over bent?' Daarna kun je helpen om een gedachte wat realistischer te maken.
Van 'Ik verpest altijd alles' naar 'Dit ging niet zoals ik wilde.' Of van 'Ik kan het niet' naar 'Ik vind dit nog moeilijk.'
Dat lijkt misschien een klein verschil, maar voor een kind dat zichzelf voortdurend bekritiseert, kan het fijn zijn om te ontdekken dat er ook een andere manier is om naar zichzelf te kijken.
Positieve affirmaties kunnen hierbij een mooi hulpmiddel zijn. Niet omdat je kind ineens alles geweldig moet vinden wat het doet, maar omdat je samen kunt oefenen met vriendelijkere gedachten.
Bij Affirmatiekaarten voor Kids draait het precies om zulke kleine momenten. Een kaartje met 'Ik mag fouten maken' of 'Ik ben goed zoals ik ben' kan een mooie aanleiding zijn voor een gesprek.
Misschien vraag je je kind wanneer het die zin moeilijk vindt om te geloven. Of wat het tegen een vriendje zou zeggen als die ergens ontzettend van baalt.
Het hoeft geen uitgebreide oefening te worden. Soms ontstaat het mooiste gesprek gewoon tijdens het ontbijt of vlak voor het slapengaan.
7. Kijk eens kritisch naar je eigen reactie op fouten
Deze is misschien wel een beetje confronterend. Want hoe ga jij eigenlijk om met dingen die niet lukken? Zeg je regelmatig 'Wat ben ik toch stom!' wanneer je iets vergeet? Kun je flink balen als je eten mislukt? Of vind je het lastig wanneer het huis niet netjes is voordat er bezoek komt?
We hebben allemaal onze eigen gewoontes en verwachtingen. En kinderen zien vaak veel meer dan we denken.
Je hoeft natuurlijk niet vanaf morgen overal ontspannen over te zijn. Maar het kan helpen om af en toe bewust te laten zien dat jij ook fouten maakt en daarmee om kunt gaan.
Bijvoorbeeld: 'Ik heb de verkeerde afslag genomen. Irritant, maar dan rijden we een stukje om.' Of: 'Ik had iets anders bedacht voor vandaag, maar het loopt niet helemaal zoals gepland.'
Je laat daarmee zien dat iets mis mag gaan zonder dat de hele dag verpest is. En misschien is dat uiteindelijk wel een van de belangrijkste dingen die je je kind kunt meegeven.

Drie kleine oefeningen om thuis te proberen
Je hoeft perfectionisme niet iedere dag uitgebreid te bespreken. Juist tijdens gewone momenten kun je kinderen helpen om wat soepeler met fouten en teleurstellingen om te gaan.
De expres-niet-perfect-tekening
Pak allebei een vel papier en bedenk iets om te tekenen. Maar dit keer is het niet de bedoeling om een mooie tekening te maken. Jullie tekenen bijvoorbeeld met je andere hand, zonder naar het papier te kijken of met je ogen dicht.
De kans is groot dat het resultaat behoorlijk gek wordt. En dat is precies de bedoeling.
Sommige kinderen kunnen hierdoor ervaren dat iets niet perfect hoeft te zijn om leuk te zijn. Wordt je kind er juist erg gespannen van? Dan is het beter om de oefening kleiner te maken of iets anders te kiezen.
Wat ging er vandaag anders dan gepland?
Vraag tijdens het avondeten eens of er iets gebeurde wat anders liep dan verwacht. Misschien regende het tijdens het buitenspelen, lukte een opdracht niet of ging het favoriete broodbeleg op.
Praat samen over hoe jullie daarmee omgingen. Niet om overal een positieve draai aan te geven, maar om te laten zien dat een tegenvaller bij het leven hoort.
En vertel vooral ook over jezelf. Want een ouder die toegeeft dat iets niet lukte, kan een mooi voorbeeld zijn.
Een andere afloop bedenken
Heeft je kind ergens ontzettend van gebaald? Pak er op een rustig moment eens een blaadje bij en bedenk samen drie mogelijke reacties op dezelfde situatie.
Stel dat een toren omvalt. Je kunt heel boos worden, om hulp vragen of besluiten om morgen opnieuw te bouwen.
Geen van die reacties hoeft meteen de perfecte oplossing te zijn. Het gaat erom dat je kind ontdekt dat er meerdere manieren zijn om met teleurstelling om te gaan.
Wanneer wordt perfectionisme bij kinderen een probleem?
Een kind dat graag netjes werkt of hoge eisen aan zichzelf stelt, heeft niet automatisch een probleem. Sommige kinderen vinden het nu eenmaal fijn om ergens veel aandacht aan te besteden.
Maar merk je dat je kind voortdurend gespannen is, extreem boos wordt wanneer iets mislukt of steeds vaker activiteiten vermijdt omdat het bang is om fouten te maken? Dan is het verstandig om er wat verder naar te kijken.
Ook wanneer je kind veel negatieve dingen over zichzelf zegt, slecht slaapt, regelmatig buikpijn heeft of veel moeite krijgt met school, kan extra ondersteuning helpen.
Bespreek je zorgen met de leerkracht, huisarts of jeugdarts. Zeker als het gedrag langere tijd aanhoudt en invloed heeft op het dagelijks leven.
Je hoeft niet te wachten totdat je kind helemaal vastloopt om hulp te vragen.
Tot slot: je kind hoeft niet perfect te zijn
Het is soms best lastig om toe te kijken wanneer je kind ergens van baalt. Zeker als je ziet dat het zichzelf ontzettend hoge eisen stelt.
Je wilt zo graag dat je kind plezier heeft, vertrouwen voelt en niet voortdurend bang is om iets verkeerd te doen.
Maar misschien zit de grootste les niet in nóg beter leren presteren. Misschien zit die juist in ontdekken dat niet alles goed hoeft te gaan.
Dat je een spelletje mag verliezen. Dat een tekening mag mislukken. Dat je iets moeilijk mag vinden en ook gewoon een keer geen zin hoeft te hebben om opnieuw te beginnen.
En dat een foutje niets verandert aan hoe leuk, lief of waardevol je bent.
Want uiteindelijk wil je niet dat je kind denkt dat het alles perfect moet doen om trots op zichzelf te mogen zijn. Je wilt dat het leert dat het ook zonder die perfecte tekening, dat hoge cijfer of die gewonnen wedstrijd helemaal goed is zoals het is.
Aan de slag met affirmaties?
Onze affirmatiekaarten voor kids helpen je om elke dag een klein moment van verbinding te maken.
Bekijk de kaarten →Mijn producten
Speelse kaarten die kinderen versterken — affirmaties, yoga en lunchbox momenten.




