In de praktijk

Hoe gebruik je de kaarten?

Er is geen goed of fout. Kies het moment dat past bij jullie ritme — drie manieren die bij veel gezinnen werken.

Start de dag positief

Voeg de affirmaties toe aan het ochtendritueel en begin de dag met een positieve gedachte. Kies samen een kaartje — willekeurig, op gevoel, of kies er als ouder eentje uit waarvan je denkt dat die goed bij de dag past. Spreek de affirmatie hardop uit en herhaal 'm samen een aantal keer.

“Vandaag wordt een mooie dag”

Creëer een magisch momentje tijdens bedtijd

Een mooie manier om de dag te eindigen is door je kind voor het slapen gaan een positieve affirmatie mee te geven. Dit helpt je kind te ontspannen, waardoor het met een positief zelfbeeld naar bed gaat.

“Ik ben goed zoals ik ben”

Inzetten tijdens spannende momenten

De eerste schooldag, een spreekbeurt of de eerste keer zwemles? Geef extra steun met een affirmatiekaart. Persoonlijk kies ik er eentje die bij het moment past.

“Elke dag leer ik nieuwe dingen”
Per leeftijd

Praktische voorbeelden per leeftijd

Kinderen van 4 tot 12 jaar gaan door een cruciale ontwikkelingsfase waarin ze niet alleen hun fysieke vaardigheden, maar ook hun emotionele en sociale capaciteiten ontwikkelen. Tijdens deze periode kunnen ze te maken krijgen met verschillende vormen van onzekerheid.

Leeftijd 4–6 jaar

Bewust worden van zichzelf en anderen

In deze vroege jaren beginnen kinderen zich bewust te worden van zichzelf en anderen. Ze ontwikkelen een gevoel van eigenwaarde dat sterk beïnvloed wordt door de feedback die ze van hun omgeving ontvangen.

School en socialisatie

Bij het starten op de kleuterschool kunnen kinderen zich onzeker voelen over het maken van nieuwe vrienden en het aanpassen aan de nieuwe omgeving.

Praktisch voorbeeld

Een kind kan nerveus zijn om voor de klas te spreken of deel te nemen aan groepsactiviteiten. Positieve affirmaties kunnen helpen om het zelfvertrouwen te vergroten.

“Ik ben een goede vriend”

Vergelijkingen met anderen

Kinderen beginnen zichzelf te vergelijken met hun leeftijdsgenoten, wat kan leiden tot gevoelens van minderwaardigheid.

Praktisch voorbeeld

Een kind kan zich onzeker voelen als het merkt dat anderen sneller zijn in het leren van nieuwe vaardigheden. Ouders en leraren kunnen het kind aanmoedigen met affirmaties.

“Ik leer in mijn eigen tempo en dat is ok锓Fouten helpen mij groeien”