Moeder moedigt haar kind aan om iets nieuws te proberen ondanks angst en onzekerheid
affirmaties voor kinderen19 October 2026· 12 min lezen

Mijn kind durft niets nieuws: 8 tips om je kind te helpen

Je staat bij het zwembad. Je kind heeft wekenlang uitgekeken naar zwemles, maar nu jullie er zijn, wil het ineens niet meer. De tranen staan in de ogen, de armen worden stevig om je middel geslagen en hoe vaak je ook zegt dat het hartstikke leuk wordt, je kind weigert het water in te gaan.

Of misschien herken je het van een kinderfeestje. Iedereen rent enthousiast naar binnen, terwijl jouw kind aan je hand blijft hangen. 'Ik durf niet, mama.'

En daar sta je dan. Aan de ene kant wil je begrip tonen, want je ziet dat je kind het écht spannend vindt. Aan de andere kant weet je dat er waarschijnlijk niets aan de hand is en dat het, eenmaal binnen, misschien ontzettend leuk wordt.

Moet je je kind een zetje geven? Juist ruimte geven? Of het maar helemaal laten zitten? Wanneer je kind vaak bang is om iets nieuws te proberen, kan dat behoorlijk lastig zijn. Zeker als je ziet dat die angst je kind soms in de weg zit.

Gelukkig zijn er manieren om je kind te helpen, zonder dat je het meteen in het diepe hoeft te gooien.

Waarom durft mijn kind geen nieuwe dingen?

Het ene kind stapt zonder nadenken op andere kinderen af, klimt overal bovenop en probeert het liefst alles zelf. Het andere kind kijkt eerst rustig de kat uit de boom. Dat verschil zie je vaak al op jonge leeftijd.

Sommige kinderen hebben van nature meer tijd nodig om aan nieuwe situaties te wennen. Ze willen eerst weten wat er gaat gebeuren, wie erbij zijn en wat er van ze verwacht wordt. Dat betekent niet automatisch dat ze onzeker zijn of weinig zelfvertrouwen hebben.

Maar soms speelt er meer. Misschien is je kind bang om fouten te maken, uitgelachen te worden of iets niet goed genoeg te kunnen. Of heeft het eerder een vervelende ervaring gehad, waardoor iets nieuws proberen extra spannend voelt.

Ook vermoeidheid, drukte en alle indrukken van een schooldag kunnen een rol spelen. Een kind dat op zaterdagochtend vol enthousiasme iets nieuws probeert, kan daar na een lange schooldag heel anders op reageren.

De vraag is daarom niet alleen waarom je kind iets niet durft, maar ook wat het precies spannend vindt.


1. Neem de angst serieus, ook als jij het niet spannend vindt

Stel, je kind durft niet alleen bij de bakker een broodje te bestellen. Voor jou is dat een heel gewone handeling. Je loopt naar de toonbank, zegt wat je wilt en rekent af. Klaar.

Maar je kind ziet misschien een onbekende volwassene, andere mensen die staan te wachten en de mogelijkheid om iets verkeerd te zeggen. Voor je kind kan dat behoorlijk spannend voelen.

'Joh, stel je niet aan, dat is toch helemaal niet eng?' is dan misschien niet de handigste reactie. Hoe goedbedoeld ook.

Probeer liever te zeggen: 'Ik zie dat je het spannend vindt. Wat vind je er precies eng aan?' Misschien blijkt je kind helemaal niet bang voor de bakker, maar vooral dat het niet weet wat het moet zeggen.

Door eerst te luisteren, ontdek je vaak beter wat je kind nodig heeft. En het mooie is dat je niet hoeft te kiezen tussen begrip tonen en aanmoedigen. Dat kan prima samen.

2. Maak spannende dingen zo klein mogelijk

Wanneer je kind iets niet durft, zijn we als ouders soms geneigd om vooral naar het einddoel te kijken. Je wilt dat je kind zelfstandig naar een feestje kan, meedoet met zwemles of zelf iets durft te vragen.

Maar voor je kind kan die stap veel te groot zijn.

Stel dat je kind niet naar een nieuwe sportclub durft. Dan hoeft de eerste stap niet meteen een volledige proefles te zijn. Misschien gaan jullie eerst samen kijken bij een training. De volgende keer mag je kind alvast kennismaken met de trainer. En daarna probeert het misschien een kwartiertje mee te doen.

Door een grote uitdaging op te delen in kleine stappen, geef je je kind de kans om positieve ervaringen op te doen. Het hoeft niet meteen allemaal te lukken.

Bij angst helpt het vaak om spannende situaties geleidelijk te oefenen, met steun en zonder dwang. Je kind volledig blijven weghouden van alles wat spannend voelt, kan de angst op termijn juist in stand houden.

3. Vertel vooraf wat je kind kan verwachten

Nieuwe dingen zijn soms vooral spannend omdat kinderen niet weten wat er gaat gebeuren.

Hoe ziet het lokaal eruit? Wie zijn er allemaal? Moet ik iets zeggen? Wat als ik het niet leuk vind? En wanneer kom je me weer ophalen?

Wat voor ons vanzelfsprekend lijkt, is voor kinderen niet altijd duidelijk.

Probeer daarom vooraf rustig te vertellen hoe iets ongeveer zal verlopen. Bij een kinderfeestje kun je bijvoorbeeld uitleggen waar het plaatsvindt, wie er komen en wanneer je je kind weer ophaalt. Misschien kun je zelfs samen even naar een foto van de locatie kijken.

Maar maak er geen urenlange voorbereiding van. Sommige kinderen worden juist onrustiger wanneer er te veel over gesproken wordt.

Een beetje duidelijkheid kan helpen. Alles van tevoren willen voorspellen is niet nodig.

4. Geef je kind vertrouwen, zonder te blijven overtuigen

'Kom op, je kunt het echt wel!'
'Het is helemaal niet eng!'
'Je gaat het hartstikke leuk vinden!'

Herkenbaar? Als ouder wil je je kind zo graag geruststellen dat je soms blijft praten en overtuigen. Maar hoe vaker je probeert uit te leggen dat iets niet spannend is, hoe meer aandacht die spanning soms krijgt.

Probeer daarom eens wat minder te overtuigen en wat meer vertrouwen uit te stralen.

Zeg bijvoorbeeld: 'Ik snap dat je het spannend vindt. We gaan samen kijken wat je al durft.' Of: 'Je hoeft niet meteen alles te doen, maar we kunnen wel een klein stukje proberen.'

Je kind hoeft niet volledig gerustgesteld te zijn voordat het iets nieuws kan ondernemen. Soms is het juist de ervaring dat je iets spannends kunt doen terwijl je zenuwachtig bent, die je vertrouwen geeft.

5. Laat zien dat jij ook weleens iets spannend vindt

Kinderen denken soms dat volwassenen nergens bang voor zijn. Wij rijden auto, voeren gesprekken met onbekenden en regelen allerlei dingen zonder daar zichtbaar over na te denken.

Maar ook wij vinden nieuwe situaties soms spannend. Misschien begin je aan een nieuwe baan, ga je voor het eerst naar een sportles of vind je het ongemakkelijk om iemand aan te spreken.

Vertel daar gerust eens over. 'Ik vond het eigenlijk best spannend om daar vandaag naartoe te gaan, omdat ik niemand kende. Maar ik ben toch gegaan en achteraf was ik blij dat ik het had geprobeerd.'

Je hoeft je eigen angsten niet uitgebreid met je kind te bespreken. Maar door af en toe te laten zien hoe jij met spanning omgaat, geef je een mooi voorbeeld. Niet omdat je nergens bang voor bent, maar omdat je leert omgaan met dingen die je spannend vindt.

6. Vergelijk je kind niet met andere kinderen

'Kijk, je vriendinnetje durft het ook.'
'Je broertje ging meteen het water in.'
'Alle andere kinderen doen gewoon mee.'

We zeggen zulke dingen vaak om kinderen aan te moedigen. Maar voor een kind dat toch al twijfelt aan zichzelf, kan het juist voelen alsof het achterloopt.

En misschien durft het vriendinnetje inderdaad al van de hoge duikplank, terwijl jouw kind net de eerste keer zonder hulp onder water gaat. Dat is toch ook een enorme stap? Probeer daarom vooral te kijken naar wat je kind eerder spannend vond en wat inmiddels beter gaat.

'Weet je nog dat je vorige maand niet eens naar binnen wilde? Vandaag ben je zelf naar de trainer gelopen.' Daarmee geef je aandacht aan de groei van je eigen kind, zonder die te vergelijken met iemand anders.

7. Geef niet alleen complimenten als iets lukt

Stel dat je kind eindelijk heeft besloten om mee te doen met een proefles. Na tien minuten komt het huilend naar je toe en wil het stoppen. De verleiding is misschien groot om te zeggen: 'Wat jammer nou, je wilde het toch zo graag proberen?'

Maar probeer eens naar de poging te kijken. Je kind is wel naar binnen gegaan, heeft kennisgemaakt en heeft iets gedaan wat het ontzettend spannend vond. Dat verdient ook aandacht.

Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Ik zag dat je het heel spannend vond en toch naar binnen bent gegaan.' Of: 'Wat goed dat je hebt verteld dat je hulp nodig had.' Dat betekent niet dat je iedere poging uitbundig hoeft te vieren. Soms is rustig benoemen wat je hebt gezien al genoeg.

Je wilt je kind laten ervaren dat moed niet betekent dat je nergens bang voor bent. Moed kan ook zijn dat je, ondanks de spanning, iets probeert.

8. Help je kind met positieve gedachten

Kinderen kunnen behoorlijk streng zijn voor zichzelf. Zeker wanneer ze iets niet durven, komen er soms gedachten naar boven als 'Ik ben een bangerik', 'Ik kan dit toch niet' of 'Iedereen vindt mij stom.' En wanneer je zulke dingen vaak tegen jezelf zegt, wordt het steeds moeilijker om vertrouwen te voelen.

Je kunt je kind helpen om die gedachten wat vriendelijker en realistischer te maken.

Bijvoorbeeld door 'Ik durf helemaal niks' te veranderen in 'Ik vind sommige dingen spannend, maar ik kan kleine stapjes proberen.' Of van 'Ik ben een bangerik' naar 'Ik mag iets spannend vinden.'

Positieve affirmaties kunnen daarbij een fijn hulpmiddel zijn. Dat zijn korte, helpende zinnen die je samen kunt gebruiken om op een andere manier naar moeilijke situaties te kijken.

Bij Affirmatiekaarten voor Kids geloven we dat juist die kleine gesprekken waardevol zijn. Misschien trek je 's ochtends samen een kaartje met een positieve zin. Of gebruik je een kaartje om te praten over iets wat je kind die dag spannend vindt.

Niet om angst weg te praten of je kind te overtuigen dat het alles moet durven. Maar om ruimte te geven aan gevoelens en samen te ontdekken wat kan helpen.

Drie oefeningen voor kinderen die weinig durven

Je hoeft echt geen uitgebreide oefeningen of ingewikkelde plannen te maken om thuis met zelfvertrouwen bezig te zijn. Juist kleine momenten kunnen al verschil maken.

De durf-ladder

Bedenk samen iets wat je kind graag zou willen durven. Bijvoorbeeld zelf iets vragen in een winkel. Teken vervolgens een ladder met vier of vijf treden.

Op de onderste trede schrijf je iets wat nog niet zo spannend is, zoals samen bedenken wat je wilt vragen. De volgende trede kan zijn dat je kind meegaat naar de winkel en luistert terwijl jij het vraagt. Daarna probeert je kind misschien zelf hallo te zeggen en uiteindelijk de hele vraag te stellen.

Zo wordt een grote uitdaging een verzameling kleine stapjes. Je kind mag zelf meedenken over de volgorde en jullie kunnen samen kijken wanneer het klaar is voor de volgende stap.

Het spannende-dingen-potje

Pak een potje en laat je kind briefjes maken met kleine dingen die het graag eens zou willen proberen. Denk aan zelf afrekenen, een nieuw spel leren, iemand uitnodigen om te spelen of een nieuwe speeltuin ontdekken.

Kies af en toe samen een briefje uit en bespreek hoe jullie het kunnen aanpakken. Het hoeft geen wedstrijd te worden waarbij zoveel mogelijk briefjes moeten worden afgewerkt.

Het gaat om ontdekken, oefenen en ervaren dat iets nieuws proberen ook leuk kan zijn.

Wat zou jou helpen?

Deze oefening is misschien wel de eenvoudigste van allemaal. Wanneer je kind iets niet durft, vraag je niet meteen waarom het zo bang is, maar: 'Wat zou jou helpen om een klein stapje te proberen?'

Misschien wil je kind dat je meegaat. Misschien wil het eerst kijken. Of misschien helpt het om samen te oefenen wat het kan zeggen.

Door je kind mee te laten denken over de oplossing, geef je het wat meer invloed op een situatie die spannend voelt.

Wanneer is het normaal dat een kind veel dingen niet durft?

Veel kinderen vinden nieuwe situaties spannend. Zeker jonge kinderen hebben soms tijd nodig om te wennen aan onbekende mensen, plekken of activiteiten.

Ook zijn er kinderen die van nature voorzichtiger zijn. Dat hoeft helemaal geen probleem te zijn. Niet ieder kind hoeft degene te zijn die als eerste zijn hand opsteekt of meteen op andere kinderen afstapt.

Het wordt anders wanneer angst je kind echt belemmert. Bijvoorbeeld als het steeds vaker niet naar school wil, geen contact meer durft te maken met andere kinderen of voortdurend buikpijn heeft bij spannende situaties.

Merk je dat je kind veel last heeft van de angst of steeds meer dingen gaat vermijden? Bespreek dit dan met de huisarts, jeugdarts of jeugdverpleegkundige. Zij kunnen samen met jullie kijken wat er speelt en welke ondersteuning passend is.

Tot slot: je kind hoeft niet overal als eerste in te springen

Sommige kinderen springen zonder nadenken in het diepe. Andere kinderen willen eerst weten hoe koud het water is, hoe diep het is en of jij in de buurt blijft.

En weet je? Dat is helemaal niet erg.

We hoeven onze kinderen niet allemaal even spontaan, stoer of avontuurlijk te maken. Het ene kind heeft nu eenmaal wat meer tijd nodig dan het andere.

Wat je wel wilt, is dat angst je kind niet voortdurend tegenhoudt om dingen te ontdekken die het eigenlijk graag zou willen.

Dus geef je kind de ruimte om te wennen, moedig kleine stapjes aan en laat merken dat het niet erg is als iets niet meteen lukt.

Want een kind hoeft niet nergens bang voor te zijn om iets nieuws te proberen. Soms is een beetje moed, een helpende hand en de wetenschap dat je mag oefenen al voldoende.

Aan de slag met affirmaties?

Onze affirmatiekaarten voor kids helpen je om elke dag een klein moment van verbinding te maken.

Bekijk de kaarten →