Mijn kind wordt gepest op school: wat kan ik als ouder doen?
Je kind komt uit school en is stiller dan normaal. Waar je anders verhalen hoort over wat er allemaal is gebeurd, krijg je nu nauwelijks antwoord. 'Hoe was het op school?' vraag je. 'Gewoon', klinkt het.
Misschien merk je dat je kind steeds vaker buikpijn heeft voordat het naar school moet. Of dat er ineens geen speelafspraakjes meer zijn. En misschien komt het er op een avond, vlak voor het slapengaan, eindelijk uit: 'Mama, ze vinden me stom.'
Als ouder kan dat behoorlijk binnenkomen. Het idee dat je kind zich ergens ongelukkig of onveilig voelt, terwijl jij er niet bij bent om te helpen. Het liefst zou je meteen naar school stappen en ervoor zorgen dat het stopt. Maar wat kun je het beste doen wanneer je kind gepest wordt? En hoe zorg je ervoor dat je kind zich gesteund voelt, zonder dat het bang wordt dat je de situatie erger maakt?
Hoe weet je of je kind gepest wordt?
Niet ieder kind vertelt thuis dat het gepest wordt. Sommige kinderen schamen zich, denken dat het hun eigen schuld is of zijn bang dat volwassenen zich ermee gaan bemoeien. Andere kinderen kunnen nog niet goed onder woorden brengen wat er precies gebeurt.
Daarom is het belangrijk om ook op veranderingen in het gedrag van je kind te letten. Misschien heeft je kind ineens weinig zin om naar school te gaan, slaapt het slechter of klaagt het regelmatig over hoofdpijn of buikpijn. Ook verdrietig thuiskomen, snel boos worden, spullen kwijtraken of steeds minder contact hebben met klasgenootjes kunnen signalen zijn dat er iets speelt.
Dat betekent natuurlijk niet dat je kind automatisch gepest wordt. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom een kind zich anders gedraagt. Maar het is wel een aanleiding om eens rustig te vragen hoe het eigenlijk gaat.
Wat is het verschil tussen plagen en pesten?
Kinderen maken grapjes, hebben ruzie en zeggen soms onaardige dingen tegen elkaar. Dat hoort tot op zekere hoogte bij het leren omgaan met anderen. Maar er is een belangrijk verschil tussen plagen, een ruzie en pesten.
Bij plagen kunnen kinderen meestal allebei lachen en is er ruimte om aan te geven wanneer iets niet leuk meer is. Bij een ruzie zijn kinderen het ergens niet over eens. Pesten gaat verder. Vaak gebeurt het herhaaldelijk en is er sprake van een ongelijke machtsverhouding, waardoor een kind zich moeilijk kan verdedigen.
Denk aan steeds buitengesloten worden tijdens het buitenspelen, telkens dezelfde vervelende opmerkingen krijgen of voor schut gezet worden in een groepsapp. Ook wanneer kinderen zeggen dat iets 'maar een grapje' was, kan het voor een ander ontzettend kwetsend zijn.
En eigenlijk hoef je als ouder niet eerst te bewijzen dat iets officieel pesten is voordat je aandacht vraagt voor de situatie. Als je kind zich structureel onveilig of buitengesloten voelt, is dat reden genoeg om het serieus te nemen.
1. Luister zonder meteen in de oplossingsstand te schieten
Stel, je kind vertelt dat het op school steeds wordt buitengesloten. Je voelt de boosheid misschien al opkomen. Wie doet dat? Waarom grijpt de juf niet in? Zal ik meteen de ouders bellen?
Heel begrijpelijk. Maar probeer je eerste reactie even bij je kind te houden.
Bedank je kind dat het dit vertelt. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Wat naar dat dit gebeurt. Ik ben blij dat je het tegen me zegt.' Vraag vervolgens rustig wat er is gebeurd en hoe je kind zich daarbij voelde.
Probeer niet meteen tien vragen achter elkaar te stellen. Sommige kinderen hebben tijd nodig om hun verhaal te doen. Misschien komt er eerst maar een klein stukje uit en vertelt je kind de rest een paar dagen later.
Wat je vooral wilt meegeven, is dat je kind bij jou terecht kan. Ook als het iets vervelends heeft meegemaakt, zich schaamt of niet precies weet hoe het moet uitleggen wat er is gebeurd.
2. Maak duidelijk dat het niet de schuld van je kind is
Kinderen die gepest worden, kunnen het gevoel krijgen dat er iets mis met ze is. Misschien denken ze dat ze anders moeten zijn, leukere kleding moeten dragen of zich op een bepaalde manier moeten gedragen om erbij te horen.
En soms gaan ze de opmerkingen van andere kinderen geloven.
'Ik ben raar.'
'Niemand vindt mij leuk.'
'Misschien ligt het gewoon aan mij.'
Als ouder kun je je kind helpen om die gedachten niet als waarheid te gaan zien. Zeg bijvoorbeeld: 'Dat iemand onaardig tegen jou doet, betekent niet dat er iets mis is met jou.' Of: 'Je hoeft jezelf niet te veranderen om met respect behandeld te worden.'
Probeer ook op te passen met opmerkingen als 'Je moet gewoon wat weerbaarder worden' of 'Je moet eens wat harder van je afbijten.' Hoe goed je het ook bedoelt, je kind kan daaruit opmaken dat het zelf iets verkeerd doet.
Je kind mag leren grenzen aangeven, maar de verantwoordelijkheid om het pesten te stoppen ligt bij de kinderen die pesten en de volwassenen die voor een veilige omgeving moeten zorgen.
3. Bespreek samen wat je kind nodig heeft
Wanneer je kind vertelt dat het gepest wordt, wil je waarschijnlijk meteen actie ondernemen. Toch is het waardevol om je kind zoveel mogelijk bij de volgende stappen te betrekken.
Vraag bijvoorbeeld: 'Wat zou jou helpen?' Of: 'Is er iemand op school bij wie jij je veilig voelt?'
Misschien wil je kind graag dat je met de leerkracht gaat praten, maar vindt het spannend als andere kinderen daarvan horen. Leg dan uit wat je van plan bent en bespreek hoe je dit zo zorgvuldig mogelijk kunt aanpakken.
Beloof niet dat je niets zult vertellen als de situatie onveilig is. Je kunt wel aangeven dat je samen gaat kijken hoe je hulp kunt inschakelen.
Zo leert je kind dat het invloed mag hebben op wat er gebeurt, zonder dat het zelf verantwoordelijk wordt voor de oplossing.
4. Neem contact op met school en maak concrete afspraken
Wanneer je kind op school gepest wordt, is het belangrijk om de leerkracht erbij te betrekken. Zelfs als je kind liever wil dat je het zelf oplost, kan school een belangrijke rol spelen in het stoppen van het pestgedrag.
Probeer zo concreet mogelijk te vertellen wat je kind heeft meegemaakt. Wanneer gebeurt het? Welke kinderen zijn erbij betrokken? Gebeurt het vooral op het schoolplein, tijdens de pauze of in de klas?
Vraag niet alleen of de leerkracht een oogje in het zeil wil houden, maar bespreek welke stappen school gaat zetten. Wie houdt de situatie in de gaten? Hoe wordt je kind ondersteund? En wanneer bespreken jullie of het beter gaat?
Het kan helpen om een vervolgafspraak te plannen. Bijvoorbeeld na één of twee weken, zodat je niet zelf steeds opnieuw contact hoeft te zoeken.
Scholen zijn verplicht om te zorgen voor een sociaal veilige omgeving. Er moet bovendien een aanspreekpunt zijn waar ouders en leerlingen terecht kunnen bij pesten. Je hoeft dit dus niet alleen op te lossen.
5. Help je kind met grenzen aangeven, zonder te veel druk
Kinderen mogen leren om duidelijk te zeggen wanneer ze iets niet prettig vinden. Maar dat is soms makkelijker gezegd dan gedaan, zeker wanneer meerdere kinderen tegenover je staan of wanneer je bang bent om uitgelachen te worden.
Je kunt thuis samen oefenen met eenvoudige zinnen zoals 'Stop, ik vind dit niet leuk' of 'Ik wil niet dat je dat zegt.'
Maak er eventueel een klein rollenspel van. Jij speelt bijvoorbeeld een klasgenoot die iets onaardigs zegt en je kind oefent hoe het zou kunnen reageren.
Maar verwacht niet dat je kind daardoor zelf het pesten kan stoppen. Soms is weglopen en een volwassene om hulp vragen juist de beste keuze.
Het doel van deze oefening is niet om je kind harder te maken, maar om het meer mogelijkheden te geven wanneer iets vervelends gebeurt.

6. Blijf aandacht geven aan wat wél goed gaat
Wanneer een kind gepest wordt, kan het onderwerp thuis behoorlijk veel ruimte innemen. Je vraagt hoe het op school ging, of die ene klasgenoot weer vervelend deed en of het vandaag misschien beter was.
Logisch, want je maakt je zorgen.
Toch is het fijn als niet ieder gesprek over het pesten gaat. Je kind is namelijk zoveel meer dan alleen het kind dat gepest wordt.
Blijf samen leuke dingen doen en aandacht geven aan wat je kind plezier brengt. Misschien is dat tekenen, hockeyen, buiten spelen, muziek maken of eindeloos bouwen met LEGO.
Geef ook ruimte aan vriendschappen buiten de groep waarin het pesten gebeurt. Een fijne speelafspraak, sportclub of hobby kan je kind helpen om positieve ervaringen met andere kinderen op te doen.
Niet om het pesten te vergeten, maar om te voorkomen dat het alles gaat bepalen.
7. Help je kind om positief over zichzelf te blijven denken
Wanneer kinderen regelmatig negatieve opmerkingen horen, kunnen die woorden langzaam invloed krijgen op hoe ze over zichzelf denken.
Een kind dat steeds 'dom' wordt genoemd, kan daar uiteindelijk aan gaan twijfelen. Een kind dat telkens buitengesloten wordt, kan gaan geloven dat niemand met hem wil spelen.
Juist daarom is het belangrijk om thuis aandacht te blijven geven aan een positief en realistisch zelfbeeld.
Dat hoeft niet door voortdurend te zeggen hoe geweldig je kind is. Soms werkt het beter om heel concreet te benoemen wat je ziet. 'Ik vind het mooi hoe jij rekening houdt met anderen.' Of: 'Ik zie dat je verdrietig bent en toch vertelt wat er is gebeurd. Dat vind ik knap van je.'
Ook positieve affirmaties kunnen een mooie aanleiding zijn om hierover te praten. Denk aan zinnen als 'Ik ben goed zoals ik ben', 'Ik verdien het om met respect behandeld te worden' en 'Ik mag om hulp vragen.'
Bij Affirmatiekaarten voor Kids geloven we in de kracht van die kleine momenten samen. Even een kaartje pakken, een zin lezen en vragen wat je kind ervan vindt. Misschien ontstaat er een mooi gesprek. Misschien vertelt je kind iets wat het eerder niet durfde te zeggen.
Natuurlijk stopt pesten niet doordat een kind positieve zinnen tegen zichzelf zegt. Daar is actie van de omgeving voor nodig. Maar het kan wel een fijn moment zijn om je kind te laten voelen dat het waardevol is, ongeacht wat anderen zeggen.
8. Blijf het volgen, ook wanneer het even beter lijkt te gaan
Na een gesprek met school lijkt het soms snel beter te gaan. Je kind komt vrolijker thuis en vertelt minder over vervelende gebeurtenissen. Wat een opluchting.
Toch is het verstandig om nog een tijdje betrokken te blijven. Vraag af en toe hoe het gaat, zonder er dagelijks een verhoor van te maken. Houd ook contact met school en bespreek of de gemaakte afspraken werken.
Soms verandert pesten van vorm. Misschien worden er geen vervelende opmerkingen meer gemaakt, maar wordt je kind nog steeds buitengesloten. Of verplaatst het gedrag zich naar een groepsapp.
Blijft het pesten doorgaan, ondanks gesprekken met de leerkracht? Neem dan contact op met het aanspreekpunt pesten of de schoolleiding. Kom je er samen niet uit, dan kun je gebruikmaken van de klachtenprocedure van school en extern advies vragen.
Het belangrijkste is dat je blijft zoeken naar een oplossing totdat je kind zich weer veilig kan voelen.
Wat kun je beter niet zeggen tegen een kind dat gepest wordt?
Sommige opmerkingen maken we met de allerbeste bedoelingen, maar kunnen toch anders overkomen dan we willen.
Denk bijvoorbeeld aan 'Gewoon negeren, dan houden ze vanzelf op.' Of: 'Trek het je niet zo aan.' Voor een kind dat zich iedere dag buitengesloten of uitgelachen voelt, is dat helemaal niet zo eenvoudig.
Ook 'Waarom zeg je dan niks terug?' kan een kind het gevoel geven dat het niet goed genoeg reageert.
Probeer liever iets te zeggen als: 'Ik snap dat dit je verdrietig maakt', 'Wat er gebeurt is niet oké' of 'We gaan samen kijken hoe we ervoor kunnen zorgen dat je je weer veilig voelt.'
Je hoeft niet altijd precies de juiste woorden te vinden. Als je kind maar voelt dat je luistert, gelooft wat het vertelt en bereid bent om te helpen.

Drie kleine manieren om thuis steun te geven
Naast het contact met school kun je thuis kleine dingen doen om je kind te ondersteunen. Niet als oplossing voor het pesten, maar om je kind wat extra houvast te geven.
Een rustig gespreksmoment
Sommige kinderen vertellen meer tijdens een autorit, een wandeling of vlak voor het slapengaan dan wanneer je recht tegenover ze zit en vraagt hoe het gaat. Kies een moment waarop je kind zich prettig voelt en probeer vooral te luisteren. Je hoeft niet van ieder gesprek meteen iets leerzaams te maken.
Het lijstje met fijne mensen
Vraag je kind eens bij wie het zich prettig voelt. Dat kan een vriendje zijn, opa of oma, een buurkind, de juf of iemand van de sportclub. Schrijf de namen eventueel samen op. Zo maak je zichtbaar bij wie je kind terechtkan als het verdrietig is of hulp nodig heeft.
Een positieve zin voor moeilijke dagen
Bedenk samen een korte zin die steun kan geven op een moeilijke dag. Bijvoorbeeld: 'Ik mag mezelf zijn', 'Ik ben niet alleen' of 'Ik mag hulp vragen.'
Misschien vindt je kind het fijn om de zin op een kaartje te schrijven en op zijn kamer te zetten. Of om er af en toe samen over te praten. Het hoeft niet iedere dag en het hoeft zeker geen verplichting te worden.
Wanneer heeft een kind dat gepest wordt extra hulp nodig?
Pesten kan veel invloed hebben op hoe een kind zich voelt. Sommige kinderen worden verdrietig of onzeker, terwijl andere kinderen lichamelijke klachten krijgen, slechter slapen of niet meer naar school willen.
Merk je dat je kind langdurig somber of angstig is, zich steeds verder terugtrekt of nauwelijks meer plezier beleeft aan dingen die het eerder leuk vond? Bespreek dit dan met de huisarts of jeugdarts. Ook wanneer het pesten stopt, kan je kind nog last hebben van wat er gebeurd is.
Bij ernstige bedreigingen, lichamelijk geweld of direct gevaar is sneller ingrijpen nodig. Wacht dan niet op een regulier gesprek of een geplande evaluatie.
Tot slot: je kind hoeft dit niet alleen te dragen
Als ouder kun je niet overal bij zijn. Je kunt niet ieder vervelend woord tegenhouden, iedere ruzie voorkomen of ervoor zorgen dat iedereen altijd aardig is tegen je kind.
En misschien is dat juist wat pesten zo moeilijk maakt. Je wilt je kind beschermen, maar op school heb je niet altijd zicht op wat er gebeurt.
Wat je wel kunt doen, is blijven luisteren, je kind serieus nemen en ervoor zorgen dat de juiste volwassenen betrokken worden. Je kunt laten merken dat je kind zich niet anders hoeft voor te doen om erbij te horen en dat hulp vragen helemaal niet betekent dat je zwak bent.
Want geen enkel kind zou bang hoeven zijn om zichzelf te zijn. En geen enkel kind zou er alleen voor moeten staan wanneer anderen hem of haar pijn doen.
Aan de slag met affirmaties?
Onze affirmatiekaarten voor kids helpen je om elke dag een klein moment van verbinding te maken.
Bekijk de kaarten →Mijn producten
Speelse kaarten die kinderen versterken — affirmaties, yoga en lunchbox momenten.




