Mijn kind heeft geen vriendjes: 8 manieren om je kind te helpen
Je haalt je kind op uit school en vraagt zoals altijd hoe de dag was. 'Leuk', zegt je kind. Maar wanneer je vraagt met wie het heeft gespeeld, blijft het stil. 'Met niemand. Ze wilden niet met mij spelen.'
Of misschien herken je het van verjaardagsfeestjes. De uitnodigingen van andere kinderen komen regelmatig voorbij, maar jouw kind wordt bijna nooit gevraagd. En terwijl andere ouders speelafspraakjes regelen, heb jij eigenlijk geen idee wie je zou moeten uitnodigen.
Als ouder kan dat behoorlijk pijn doen. Je zou zo graag willen dat je kind een fijn vriendje of vriendinnetje heeft. Iemand om mee te lachen, geheimen mee te delen en na schooltijd mee te spelen.
Maar wat als je kind moeilijk vriendjes maakt? Moet je je ermee bemoeien, speelafspraakjes regelen of juist afwachten? En hoe help je je kind zonder dat het gevoel krijgt dat er iets mis met hem of haar is?
Is het erg als je kind geen vriendjes heeft?
Niet ieder kind heeft behoefte aan een grote vriendengroep. Sommige kinderen spelen het liefst met één goede vriend, terwijl anderen zich juist prettig voelen in een grotere groep. Er zijn ook kinderen die op school gezellig met anderen spelen, maar thuis het liefst hun eigen gang gaan.
Dat is allemaal prima. Een kind dat weinig speelafspraakjes heeft, hoeft niet automatisch eenzaam of ongelukkig te zijn.
Het wordt anders wanneer je merkt dat je kind graag contact wil met andere kinderen, maar dat niet lukt. Misschien vertelt het regelmatig dat niemand met hem wil spelen, voelt het zich buitengesloten of wordt het verdrietig wanneer anderen samen afspreken.
Op de basisschool worden vriendschappen steeds belangrijker. Kinderen leren met elkaar rekening houden, conflicten oplossen en ontdekken bij wie ze zich prettig voelen. Dat gaat niet altijd vanzelf. Vriendjes kunnen de ene maand onafscheidelijk zijn en een paar weken later nauwelijks meer samen spelen.
Probeer daarom vooral te kijken naar hoe je kind zich voelt. Mist het contact met andere kinderen? Of vind jij het als ouder eigenlijk vervelender dan je kind zelf?
Waarom maakt mijn kind moeilijk vriendjes?
Er kunnen verschillende redenen zijn waarom een kind moeite heeft met het maken van vrienden. Sommige kinderen zijn verlegen en vinden het spannend om op anderen af te stappen. Andere kinderen weten niet goed hoe ze kunnen aansluiten bij een spel of vinden het lastig om met andere ideeën en wensen om te gaan.
Misschien heeft je kind interesses die niet helemaal aansluiten bij die van klasgenoten. Of is er op school al een hechte groep ontstaan waar het moeilijk tussenkomt.
Ook eerdere ervaringen kunnen meespelen. Een kind dat een paar keer is afgewezen, kan de volgende keer minder snel durven vragen of het mee mag doen.
En soms is er sprake van buitensluiten of pesten. Dan ligt het probleem niet bij een gebrek aan sociale vaardigheden van je kind, maar bij de manier waarop andere kinderen met elkaar omgaan. In dat geval is het belangrijk dat volwassenen ingrijpen.
Wat de reden ook is, probeer niet meteen te denken dat je kind iets verkeerd doet. Vriendschappen ontstaan nu eenmaal niet bij iedereen even gemakkelijk.

1. Luister zonder meteen een oplossing te bedenken
Stel dat je kind thuiskomt en vertelt dat niemand met hem wilde spelen. Je eerste reactie is misschien: 'Waarom vraag je morgen niet aan Sophie of je mee mag doen?' Of: 'Dan ga je toch gewoon met iemand anders spelen?' Logisch, want je wilt helpen.
Maar misschien heeft je kind dat allemaal al geprobeerd. Misschien is het verdrietig en wil het vooral even zijn verhaal kwijt.
Probeer daarom eerst te luisteren. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Wat rot dat je vandaag niemand had om mee te spelen.' Of: 'Ik kan me voorstellen dat je daar verdrietig van werd.'
Vraag daarna rustig wat er precies gebeurde. Wilde je kind ergens aan meedoen? Werd het weggestuurd? Of wist het niet goed op wie het kon afstappen?
Door eerst te begrijpen wat er speelt, voorkom je dat je oplossingen aandraagt die eigenlijk helemaal niet bij de situatie passen.
2. Oefen samen hoe je contact maakt
Voor volwassenen lijkt het misschien heel eenvoudig om iemand te vragen of je mee mag doen. Maar voor kinderen kan dat behoorlijk spannend zijn.
Zeker wanneer andere kinderen al druk aan het spelen zijn, weet je kind misschien niet goed hoe het ertussen moet komen.
Je kunt thuis samen oefenen met kleine situaties. Bijvoorbeeld door te vragen: 'Wat zou jij zeggen als je ziet dat twee kinderen aan het voetballen zijn en je graag mee wilt doen?'
Misschien bedenkt je kind: 'Mag ik meedoen?' Dat is al een mooi begin. Maar je kunt ook oefenen met andere mogelijkheden, zoals vragen wat de spelregels zijn of zeggen dat je graag de volgende ronde wilt meespelen.
Maak er vooral geen serieuze training van. Tijdens het spelen met LEGO, poppen of knuffels kun je dit soort situaties heel gemakkelijk naspelen.
En vergeet niet dat samen spelen meer vraagt dan alleen contact maken. Ook luisteren, rekening houden met elkaar en af en toe een compromis sluiten zijn vaardigheden die kinderen nog volop aan het leren zijn.
3. Help je kind met een eerste speelafspraakje
Voor sommige kinderen is een grote groep best ingewikkeld. Ze vinden het lastig om hun plek te vinden of raken overweldigd door alle drukte.
Een speelafspraakje met één ander kind kan dan een fijne manier zijn om elkaar beter te leren kennen.
Vraag je kind eens met wie het graag zou willen afspreken. Misschien is er een klasgenoot met wie het af en toe gezellig praat, maar die nog nooit thuis is geweest.
Je kunt vervolgens zelf even contact opnemen met de ouder om een afspraakje te regelen. Zeker bij jonge kinderen is dat heel normaal.
Houd het de eerste keer eventueel kort en bedenk samen iets wat de kinderen leuk vinden om te doen. Denk aan koekjes bakken, buiten spelen, knutselen of samen met LEGO bouwen.
En als het afspraakje niet meteen fantastisch verloopt? Geen probleem. Niet ieder kind wordt automatisch een goede vriend. Soms moet je gewoon ontdekken met wie het klikt.
4. Kijk verder dan alleen de klas
Wanneer je kind weinig aansluiting vindt op school, kan het voelen alsof er nergens vriendjes te vinden zijn. Maar gelukkig bestaat de wereld uit meer dan alleen die ene klas.
Misschien voelt je kind zich veel prettiger bij kinderen van de sportclub, in de buurt of tijdens een creatieve activiteit.
Heeft je kind een grote interesse in dieren, muziek, tekenen of techniek? Kijk dan eens of er activiteiten zijn waarbij het andere kinderen met dezelfde interesses kan ontmoeten.
Een kind dat in de klas weinig aansluiting vindt, kan tijdens een hockeytraining of knutselworkshop ineens helemaal opbloeien.
Het hoeft niet meteen een nieuwe beste vriend op te leveren. Ook positieve ervaringen met andere kinderen kunnen waardevol zijn. En misschien ontdekt je kind wel dat er verschillende plekken zijn waar het zich thuis kan voelen.
5. Betrek de leerkracht wanneer je kind zich buitengesloten voelt
Soms vertelt je kind thuis dat het nooit iemand heeft om mee te spelen, terwijl de leerkracht een heel ander beeld heeft. Of andersom: thuis lijkt alles prima te gaan, maar op school staat je kind regelmatig alleen.
Daarom kan het helpen om eens met de leerkracht te praten.
Vraag bijvoorbeeld hoe je kind zich in de groep beweegt. Met wie speelt het tijdens de pauze? Zijn er kinderen met wie het goed contact heeft? En merkt de leerkracht dat je kind moeite heeft om aansluiting te vinden?Misschien kan de leerkracht helpen om kinderen op een natuurlijke manier samen te laten werken of spelen.
Let er wel op dat je kind niet steeds het gevoel krijgt dat het gekoppeld moet worden aan iemand omdat het geen vriendjes heeft. Vriendschappen kun je nu eenmaal niet afdwingen.
Wanneer er sprake is van herhaaldelijk buitensluiten of pesten, is een actievere aanpak door school nodig. Dan gaat het niet alleen om je kind helpen contact te maken, maar ook om zorgen voor een veilige groep.

6. Maak van vriendschappen geen wedstrijd
'Hoeveel vriendjes heb jij eigenlijk?' Het lijkt een onschuldige vraag, maar we leggen soms ongemerkt behoorlijk veel nadruk op het aantal vrienden dat kinderen hebben.
Wie wordt er uitgenodigd voor feestjes? Wie heeft iedere woensdag een speelafspraak? En wie hoort bij het populairste groepje? Maar één fijne vriendschap kan veel waardevoller zijn dan tien oppervlakkige contacten.
Probeer daarom niet te veel te focussen op hoeveel vriendjes je kind heeft. Kijk liever naar de kwaliteit van het contact. Is er iemand bij wie je kind zichzelf kan zijn? Met wie het plezier heeft? En bij wie het zich prettig voelt?
Sommige kinderen hebben aan één of twee goede vrienden meer dan genoeg.
En er zijn ook kinderen die graag afwisselend met verschillende klasgenoten spelen, zonder één vaste beste vriend te hebben. Dat is net zo goed prima.
7. Help je kind om niet alles op zichzelf te betrekken
Wanneer een kind een paar keer niet mag meespelen, kan het al snel gaan denken dat niemand hem leuk vindt.
'Ze willen nooit met mij spelen.'
'Niemand vindt mij aardig.'
'Ik heb geen vrienden omdat ik stom ben.'
Dat soort uitspraken kunnen als ouder behoorlijk binnenkomen. Het liefst wil je meteen vertellen dat het absoluut niet waar is.
Maar probeer eerst eens te vragen wat er precies is gebeurd. Misschien wilden twee kinderen die dag samen spelen en was er even geen ruimte voor een derde. Of misschien speelt er inderdaad een patroon van buitensluiten.
Dat verschil is belangrijk.
Je kunt je kind helpen om niet iedere afwijzing meteen als een oordeel over zichzelf te zien. Bijvoorbeeld door te zeggen: 'Dat zij vandaag samen wilden spelen, betekent niet automatisch dat jij niet leuk bent.'
Blijf daarnaast aandacht geven aan de kwaliteiten van je kind. Niet alleen aan wat het goed kan, maar ook aan wie het is. Misschien is het ontzettend zorgzaam, heeft het veel fantasie of kan het heel goed luisteren.
Positieve affirmaties kunnen hierbij een mooie aanleiding zijn voor een gesprek. Denk aan zinnen als 'Ik mag mezelf zijn', 'Ik ben goed zoals ik ben' of 'Ik verdien fijne vriendschappen.'
Bij Affirmatiekaarten voor Kids geloven we in de kracht van kleine momenten waarop je samen stilstaat bij zulke gedachten. Niet omdat een affirmatie ervoor zorgt dat andere kinderen ineens met je kind willen spelen, maar omdat je je kind kunt helpen om zijn eigen waarde niet volledig af te laten hangen van de mening van anderen.
Misschien ontstaat er tijdens het ontbijt of voor het slapengaan wel een gesprek over wat een fijne vriend eigenlijk is. Of over hoe je merkt dat iemand aardig voor je is.
8. Laat je kind zien wat een fijne vriendschap is
Kinderen leren niet alleen hoe ze vrienden maken, maar ook wat het betekent om een goede vriend te zijn. En daar kun je als ouder een belangrijke rol in spelen. Praat bijvoorbeeld eens over wat je prettig vindt aan je eigen vrienden. Misschien heb je een vriendin met wie je ontzettend kunt lachen, iemand die altijd voor je klaarstaat of iemand bij wie je helemaal jezelf kunt zijn.
Je kunt je kind vragen: 'Wat vind jij eigenlijk belangrijk in een vriend?' Of: 'Wanneer voel jij je fijn bij iemand?'
Zo help je je kind ontdekken dat vriendschap niet alleen gaat over erbij horen. Het gaat ook over wederzijds plezier, vertrouwen en respect.
En leer je kind gerust dat het niet met iedereen bevriend hoeft te zijn. Soms klikken twee mensen gewoon niet zo goed. Dat betekent niet dat er iets mis is met één van hen.
Het belangrijkste is dat je kind leert herkennen bij wie het zich prettig voelt en hoe het zelf op een fijne manier met anderen kan omgaan.

Drie kleine oefeningen om je kind te helpen bij vriendschappen
Je hoeft niet iedere dag uitgebreid bezig te zijn met het maken van vrienden. Soms kun je tijdens gewone momenten al samen oefenen met sociale situaties.
Het mag-ik-meedoen-spel
Speel samen een situatie na waarin een paar kinderen aan het spelen zijn. Laat je kind bedenken hoe het kan vragen of het mee mag doen. Wissel daarna eens van rol, zodat je kind ook kan oefenen met reageren wanneer iemand anders wil aansluiten.
Je kunt verschillende reacties oefenen, ook wanneer iemand nee zegt. Want dat hoort er soms bij. Bespreek hoe je kind dan iets anders kan proberen of hulp kan vragen.
Wat maakt iemand een fijne vriend?
Pak samen een vel papier en bedenk wat jullie belangrijk vinden in een vriendschap. Misschien zegt je kind: 'Dat iemand met me wil spelen.' Of: 'Dat iemand me helpt als ik verdrietig ben.'
Schrijf de antwoorden op of maak er samen een tekening van. Zo wordt het gemakkelijker om te praten over vriendschap, zonder dat het steeds over het ontbreken van vriendjes hoeft te gaan.
Eén klein contactmomentje
Heeft je kind moeite om contact te maken? Bedenk dan samen één klein stapje voor de volgende schooldag. Bijvoorbeeld iemand goedemorgen zeggen, vragen wat een klasgenoot in de pauze gaat doen of iemand uitnodigen om samen iets te spelen.
Het hoeft niet meteen tot een vriendschap te leiden. Het gaat erom dat je kind op een ontspannen manier kan oefenen met contact maken.
Wanneer moet je je zorgen maken als je kind geen vriendjes heeft?
Wanneer je kind weinig behoefte heeft aan speelafspraakjes, maar zich verder prettig voelt op school en thuis, hoeft dat helemaal geen probleem te zijn.
Maar merk je dat je kind zich vaak eenzaam voelt, steeds verdrietiger wordt of niet meer naar school wil? Dan is het verstandig om verder te kijken.
Ook wanneer je kind voortdurend buitengesloten wordt of negatieve dingen over zichzelf gaat zeggen, is het belangrijk om dit serieus te nemen.
Bespreek je zorgen met de leerkracht en kijk samen wat er op school gebeurt. Wanneer je kind langdurig somber, angstig of teruggetrokken is, kun je ook contact opnemen met de huisarts of jeugdarts.
Je hoeft niet te wachten totdat je kind helemaal vastloopt voordat je hulp vraagt.
Tot slot: je kind hoeft niet door iedereen leuk gevonden te worden
Als ouder wil je zo graag dat je kind erbij hoort. Dat het een vriendje heeft om mee te spelen, wordt uitgenodigd voor feestjes en iedere ochtend met plezier naar school gaat. En als dat niet vanzelf gaat, kan dat best verdrietig zijn. Misschien nog wel meer voor jou dan voor je kind.
Maar probeer te onthouden dat vriendschappen zich niet laten afdwingen. Sommige kinderen vinden al snel aansluiting, terwijl anderen wat meer tijd nodig hebben. En niet ieder kind heeft dezelfde behoefte aan sociaal contact.
Wat je je kind vooral wilt meegeven, is dat het zichzelf mag zijn. Dat het niet met iedereen bevriend hoeft te zijn en zichzelf niet hoeft te veranderen om erbij te horen. Je kunt helpen door te luisteren, kansen te creëren om andere kinderen te ontmoeten en waar nodig school te betrekken.
En soms begint een mooie vriendschap gewoon met één klein momentje. Een vraag op het schoolplein, een gedeelde interesse of samen lachen om iets ontzettend stoms.
Want uiteindelijk gaat het niet om hoeveel vriendjes je hebt, maar om de mensen bij wie je je fijn en welkom voelt.
Aan de slag met affirmaties?
Onze affirmatiekaarten voor kids helpen je om elke dag een klein moment van verbinding te maken.
Bekijk de kaarten →Mijn producten
Speelse kaarten die kinderen versterken — affirmaties, yoga en lunchbox momenten.




